You are viewing [info]123take's journal

27 August 2006 @ 02:20 pm
Inmiddels ben ik alweer op vertrouwde Nederlandse bodem. Eigenlijk is mijn reisverslag nog niet compleet, maar de laatste weken kunnen jullie dus inmiddels beter persoonlijk van mij horen. Dank trouwe lezers!
 
 
Current Mood: accomplished
 
 
14 August 2006 @ 10:07 pm
De laatste dagen in New Zealand zijn we aan het hostel gekluisterd, door het water dat met bakken uit de Aucklandse hemel komt. Dat is in dit geval geen straf, omdat de City Garden Lodge de voormalige residentie van de koningin van Tonga is - een eilandje in de buurt van Fiji. We drinken dus maar een extra wijntje bij de Boggle, Triviant, Monopolie en Zeeslag, waar Mark mij zonder uitzondering mee verslaat. De kolossale villa heeft een hoge zitkamer met schouw en boeken, waar we op de dag van vertrek worden getreiterd door een Brit, die de nacht ervoor er ook eentje teveel heeft gedronken en met zijn ongewassen voeten opgetrokken op een bank iedere nietsvermoedende voorbijganger, met zijn blik tot een gesprek zit te dwingen. Althans, technisch mag je hier niet van een 'gesprek' spreken, het is meer een monoloog met gegarandeerd minimaal 1 toehoorder. Ik weet met toiletbezoek en theezetten veilig langs hem te komen, maar Mark valt uiteindelijk toch ten prooi aan Oliver Twit. Na verhalen over en tips voor het uitgaansleven in Johannesburg en samoeraizwaarden die wonder boven wonder door de douane komen, komt de reddende shuttelebus voorrijden, bestuurd door een bruine meneer met waarschijnlijk Indiase wortels; hij bestuurt zijn busje als was het een Riksja. Dag dag New Zealand. States hier wie kom.

Air New Zealand heeft hele lieve camouflagepakjes voor de stewardessen. Met al die aardetinten zijn ze wel moeilijk terug te vinden als we crashen, denk ik maar niet hardop. Ik had gedacht met mijn skaidaifervaring wel wat vliegangst te hebben verloren, maar wanneer het vliegtuig opstijgt alsof het nog steeds met twee lekke banden op de grond een onverharde bergpas oprijdt, krijg ik toch weer een onaangenaam gevoel in mijn maag - versterkt door de kater die ik sowieso al bezit. We hebben dorst als paarden, maar door de turbulentie is het onverantwoord voor de stessen om met dat kutkarretje door de paden te sjouwen. "Kabinebemanning wees voorzichtig" roept de kapitein om. Ik verdiep me dus maar in het entertainmentsysteem in de hoofdsteun van mijn voorbuurman. Mark voelt zich al helemaal niet zo lekker en als ik halverwege de film "Thank you for smoking" naast me kijk ziet Mark bleek als de witte wiev'n. Ik schrik een beetje van de manier waarop hij minder dan half aanwezig vraagt om water. Dus ik stoer - want het fasten your seatbelt teken totaal negerend - naar achteren, waar de stewardessen blij lijken te zijn om eindelijk eens fundamenteel iets te kunnen betekenen voor iemand. De zuurstoffles komt uit zijn kastje en twee stessen benen achter me aan naar Mark die halfomgevallen voor zich uitstaart. Een aantal entertainmentsystemen gaan op pause en iedereen kijkt een beetje verschrikt naar de zuurstoffles, die in combinatie met de nog steeds hardnekkige turbulentie - verzachtend uitgedrukt - geen gerustellende aanblik biedt. Mark wordt een beetje high van de zuurstof en ik Florence Nightingale nog maar wat voort, totdat de turbulentie wel zijn lol gehad lijkt te hebben met ons de stuipen op het lijfje te jagen en ik met de vierde keer Mozarts tweede pianoconcert op kanaal 8 in slaap val.

De Verenigde Staten. Daar zijn we dan! Na ongeveer een kwart eeuw Coca Cola, Big Mac, A-team, Terminator 2, Clinton en Bush sta ik oog in oog met de Amerikaanse 'melting pot', gepersonificeerd in de ronde imigratie-officer Hernandez, die vraagt of ik cash op zak heb. Een ,,no, no dollars at all" vergezelt mijn verbaasde gezicht: Wat gaat officer Hernandez het immers aan of ik genoeg knaken heb!? ,,Do you have a creditcard?" Met dank aan een of andere vanuit ruraal Tsjechie opererende dochteronderneming van de ABN heb ik nog steeds geen creditcard opgestuurd gekregen, maar dat ga ik maar niet uitleggen met de groeiende rij achter me. ,,Well," Officer Hernandez fronst zijn wenkbrauwen theatraal: ,,How you gonna support y'self?" Officer Hernandez kijkt naar mijn ABN pinpas alsof ik hem net uit mijn kont heb getrokken. Hij gaat uiteindelijk maar over op de formaliteiten: Twee keer de indexvingers van beide handen en even lachen naar de webcam. ,,Welcome to the United States..." zegt hij trots
met kauwgom in zijn mond.
 
 
31 July 2006 @ 02:13 pm
'Bijna Dood Ervaring'; anders kan ik het gevoel uit een vliegtuig te springen niet omschrijven.

Ik heb me ruim voor aankomst in Nieuw Zeeland vaaglijk voorgenomen om alle suicidale outdooractiviteiten ook gewoon te doen. Dus wanneer we opstaan in Napier - 's werelds Art Deco hoofdstad, om de Magictourbus te pakken EN het blijkt mooi weer te zijn, zeg ik plagerig tegen Mark dat we over een paar uur wel eens uit een vliegtuig zouden kunnen gaan springen. Wanneer we in Taupo - skaidaifcapital of the world - aankomen is het een beetje bewolkt. 'Helaas' zeggen we, maar 'hoera' denken we. Ik durf wel, maar ik wil er gewoon even een dagje op voorbereiden. Een kwartier voor de ophaaltijd trekt de Taupose lucht helemaal open totdat er uiteindelijk zelfs geen wolk meer te bekennen is. Dit opvattend als een teken van boven - je gelooft op dit soort momenten in alle goden die je maar te pakken kan krijgen - stap ik in de hagelnieuwe Ford Transit van firma Taupo Tandem Skydiving.

Op mijn hand wordt 72 gestift met een streep eronder. Mark windt zich op dat hij ook 72 schijnt te wegen. Afrekenen gebeurt achteraf, wanneer ze kunnen garanderen dat alles naar wens is verlopen, wink wink als u begrijp wat ik bedoel. Op dit moment wil je dat niet horen, die overmoedige meligheid van de medewerkers. Hoogmoed komt in dit geval letterlijk voor de val. Maar goed, de geglijmiddelde machine van TTS loopt als een TGV en we zitten er middenin. Achter ons sluiten deuren die van binnen niet meer open lijken te kunnen. In een werkplaatsje zijn een aantal instructeurs ambachtelijk hun parachute weer aan het opvouwen. Een groep stijgt net op met het speciaal voor skydiven ontworpen vliegtuigje, een andere groep staat in de startblokken en wij komen net wijfelend binnen.

Mijn tandembuddy, de man die aan mij vastgesnoerd zal zitten heet Adrian. Adrian is oorspronkelijk Engels en op zijn 33e gepensioneerd als aandelenhandelaar omdat hij net op tijd heeft gecasht voor de computerzeepbel sprong. Met twee huizen en zijn TVR sportwagen die hij heeft laten overkomen uit Engeland, heeft Adrian lol in het leven en een leuke nieuwe hobby: parachuutjespringen. Zijn openingsgrap is matig; ,,Where are you from? Holland? Ooh I went there once, it was terrible. I went mountaineering." Omdat mijn leven van hem afhangt gun ik hem 1 beleefdheidslach.

Als sardientjes zitten we budgetclass achterstevoren in het vliegtuigje; geen maaltijden, video's of mooie stewardessen - gewoon op een bank in twintig minuten naar 12000 voet of ongeveer 4 km. Het vliegtuig maakt een in de maag voelbare beweging waarna het plexiglasluik openraspt en het Ierse meisje als eerste wordt geofferd aan de zwaartekrachtgoden. Adrian trekt me met zijn teugels strak tegen hem aan, wat wel goed voelt. Ik voel zijn hartslag door onze rode overalls heen: ook enigszins verhoogd. Als een van een volgroeide man zwangere vrouw manouvreert hij ons naar de rand met onder ons het lange niets. Hij herhaalt nog een keer: Maak van jezelf een banaan, voeten tegen zijn kont, armen op je borst, hoofd op zijn linkerschouder. Ik weet nog te lachen voor de exitfoto (zie Mark's weblog) en word daarna zonder overleg uit het vliegtuig gesodemieterd. Ik weet niet wat er de eerste seconden richting grond gebeurt, maar zo moet een BDE-tje ook ongeveer voelen. Mijn lichaam lijkt serieus te overwegen de stekker er zelf maar uit trekken met zo'n kleine kans op overleven en zoveel kans op schade of dood. Adrian manouvreert me zo dat ik de volle wind vang op mijn gezicht. Een van mijn brilleglazen sluit niet goed waardoor dat betraande oog niet veel ziet. Da's maar goed ook misschien. Ik wil schreeuwen, maar realiseer me dat niemand me zal horen, ook Adrian niet. Als de parachute opengaat is de rust hemels. Ik mag een beetje sturen van Adrian. De landing is zacht, als babybilletjes. Of we de grond even willen kussen; leuk voor de video. Natuurlijk willen we dat. Het gras ruikt verrukkeluk.
naar gras.

*Met dank aan Jane's moeder, die de afkorting waarschijnlijk heeft geintroduceerd.
 
 
20 July 2006 @ 10:00 am
Inmiddels zijn we weer bijna droog achter de oren van het grote gletsjert avontuur en verder zuidwaarts gaan rijden. Als we even stoppen voor koffie bij een van de wegrestaurants die standaard echt haardvuur en Ravensburgerpuzzeluitzicht lijken te hebben -AC restaurants eat your heart out, rijd ik de nog geen jaar oude Timmy de huurauto - kijkend naar een regenboog - een nogal volwassen greppel in. De plastic bumber voor en achter schrapen door het grind. In mijn achterhoofd hoor ik meteen mijn moeder mijn vader vervloeken omdat hij haar kersverse Ford Sierra-station langs een Enschedese trottoireband heeft getrokken.
Ik kijk vervolgens in Mark's vuurrode gezicht dat met grote ogen als een struisvogel uit zijn trui steekt. Uit Cubaanse ervaring wachten we maar even of er niet iets essentieels gaat lekken: gelukkig gebeurt er niets. Als de bumper nat is, valt het bovendien wel mee met de krassen. Hopen dat het regent als we 'm weer moeten inleveren.

In zuidwest zijn er magnifieke fjorden met hele leuke tochten met dolfijnen en zeeleeuwen/honden. Tijdens deze 'must see' hebben we meer geluk. De kans op goed weer is 14% en de drie dagen die we er spenderen zijn stralend. Ik ben te alfa om nu uit te rekenen wat de kans op drie dagen zon dan is, maar you do the math.
We willen natuurlijk horsierijden. Met mijn Australische kameelervaring (zie 'Casper de claustrofobische cameel') moet dat een makkie zijn, bovendien heeft mijn zus een 'groene pony' naar de Z-dressuur gereden. Het kan niet anders dan dat iets van dat talent ook in mijn genen zit. We moeten een formulier invullen waarin ik erken dat alles wat er onderweg mis kan gaan niet aan hun heeft gelegen. Ik wordt altijd een beetje nerveus van dit soort briefjes en twijfel of ik nog terug kan. Het gevaar loert om de hoek, waar onze jongens al bezadeld klaar staan.
Wanneer we dichter bij komen is de opluchting groot. Mijn kleine, dikke ouwe 'Babe' kijkt behoorlijk blase uit haar ponyogen. Moet ik haar ook nog eens vanaf een onprofessioneel trappetje bestijgen. Ik wil er eigenlijk heel hard op af rennen en er in een keer opspringen om met de veroorzaakte paniek in galop de wijde velden in te knallen. Hotchik, het eerste obstakel is een hooiwagen 'die er gisteren nog niet stond'. Paarden die elke dag hetzelfde rondje maken worden een beetje autistisch en de voorste in de rij - met de gids erop - flipt een beetje. Babe overdrijft lekker mee door een ander veldje in te rennen. Ik manouvreer haar er uiteindelijk weer uit en scheer met mijn been vlak langs het prikkeldraad terug naar haar vaste tweede plaats. A horse is a horse of course of course.

HET fjord dat je MOET zien is Milford Sound. Een 'sound' is overigens een 'zeeengte' volgens Kramers. De weg naar dit fjord is echter ondergesneeuwd, dus dat is ff geen optie. Doubtful Sound is een goed alternatief, en de naam is ook nog eens leuker; een mooie weblogtitel. We boeken de kleinschalige tour. Er worden ons o.a. Lord of the Rings filmlocaties beloofd, waarvoor we al lekker in de stemming komen met de gids die wel eens een Halfling of Gollum himself kon wezen. Stiekum maar aandachtig bekijk ik onze tourgenoten. Aannemer+vrouw, homo+faghag, twee lesbische oma's; het is weer raak. Voer voor psychologen en andere geinteresseerden. Tussen al het natuurschoon door raken we aan de praat met michael en zijn Carol (de homo+faghag) die op huwelijksreis blijken te zijn (!), nadat ze al tien jaar een relatie hebben(!!). Meteen schiet de 'back to the eighties aflevering' te binnen van Will and Grace: ,,He's a featherwearing, Christina Aquilera loving...Tom is queer, dear".,,Blijkbaar werkt het voor hun", zegt Mark, zenboedhistisch. 'ns zien, zachtaardig, cultureel zeer en breed geinteresseerd, een kapsel dat alle vrouwen in de achterhoek ook hebben, maar dan in het zwart, veel gesticulatie met de handen en (!): de knikkende pols. Ik zal niet beginnen over zijn handtas. Ja, ik weet het, de code: Je trekt nooit een collega uit de kast. Zijn kast is gewoon van glas.
Het andere stel waar Mark en ik afwisselend wel eens mee praten zijn Michelle en Devon, een charmant stel uit NY, ook op huwelijksreis. Hij schrijft liedjes en zij is een liedjesrechtenadvocaat. Lekker enthousiast, ADHD en Duracel. Zij heeft het gezicht van zo'n pop die alles kan wat een echte baby ook kan.
's avonds gaan we met zijn allen uit eten bij de plaatselijke Chinees met een frisse Zwitserse basisschoolleraar en zijn matig Engels sprekende vriendin, vrouwtje pollewop die Dommy blijkt te heten; soms hoef je ze gewoon niet te verzinnen. Op de rekening staat achter name: Fishy. Chinezen kunnen zo bot zijn. leraar en Dommy vertrekken naar Queenstown en het succesvol afgeslankte gezelschap naar de kroeg.
 
 
18 July 2006 @ 11:49 pm
leuke foto's van NZ. op Mark z'n blog. Jaja ik ben een luie hond. Klik op de link hiernaast, links dus
 
 
11 July 2006 @ 10:23 pm
Jaah het is weer tijd voor keek op de week vanuit het plaatsje waar ik de naam van ben vergeten, maar dat onderaan gletsjer Franz Josef ligt. Mark en ik zijn met ons autootje - waarvoor Mark de toepasselijke naam 'Timmy' (South Park) heeft verzonnen - richting zuiden aan het gaan op het zuidereiland van Nieuw Zeeland. En dat nieuwe zeeland is een stuk interessanter dan het oude zullen we maar zeggen. Nog een voordeel: hier klagen ze niet tot in lengte van dagen over een watersnoodramp; overstromingen horen erbij en daarom zijn de bruggen maar eenbaans - ze worden toch iedere twee jaar weggespoeld.

We slapen in hostel 'Chateaux Josef', waar het goed toeven is met een Spa in de buitenlucht, gratis soep, echt haardvuur en vriendelijke mensen, die zo enthousiast zijn, dat het lijkt alsof ze ervoor betaald worden. De euro staat lekker ten opzichte van de NZ dollar, dus voor de verandering voelen wij ons een keer de Engelse productiemedewerker die met zijn sterling pound aan de Dom Perignon gaat in Amsterdam en de grachten vol kotst. Behalve dat laatste dan.

Vandaag stond het bedwingen van de gletsjer Franz dus op het program.
Niet van dat benauwde, dus hup de volle dagtour geboekt. Franske wordt immers al heel lang beklommen dus dat zal dan wel een stuk cake zijn. De gear die we om 8 uur vanmorgen ophalen lijkt dan ook een beetje overdreven; 1 muts, 1 regenjas, handschoenen, 1 regenbroek, 1 paar waterdichte schoenen met binnenschoen en sokken. Al die heisa voor die toeristen om een beetje een gevoel van avontuur te krijgen, dacht ik.
Mark en ik willen niet in het snelste groepje van de vier. We besluiten samen in groepje 3 te gaan, maar omdat ik natuurlijk weer niet sta op te letten wanneer er ingedeeld wordt - net zoals bij gymles - en Mark wel kordaat bij de bijbehorende gids gaat staan, blijf ik over in groepje 4. Groepje 4 is natuurlijk een tuttig en vooral langzzzzzzzzzzzzzzaam groepje. Da's nie erg, kan ik mooi wat langer genieten van het uitzicht. Om warm te blijven probeer ik een achterstand op te lopen, om die dan rennend weer in te halen. Dat kan niet, vertelt de gids mij schools betuttelend, want da's gevaarlijk. Mwah, ik lach het gevaar in zijn gezicht uit.
Na een uur aan de voet van de gletsjer blijkt het toch best wel koud. Zo koud, dat het eigenlijk niet meer zo leuk is. Alles is zeiknat, ik ben al door mijn tweede paar handschoenen heen en een bammetje zou er ook wel in gaan. character building heet dat. Onder zulke omstandigheden wordt je beeld van de werkelijkheid iets negatiever. Ik vind de gids een onkundige oelewapper met slechte grappen en de schotse dames direct voor me weinig origineel met vele malen; ,,wotch the puddle". we dalen eindelijk af na een paar pittige, lunapark-achtige escapades. Rudi Carell is dood, schiet me opeens weer te binnen. 71, Da's eigenlijk nog best oud voor iemand met zo'n leefstijl. Ah, der Rudi ist nicht mehr.
De chocolademelk bij terugkomst in de tourhut is heaven sent. Und der Franz? Mark en ik gaan vannacht terug. Met een fohn.
 
 
06 July 2006 @ 05:43 pm
gruBgottie,

ik zit weer middenin Sydney en ook in een writersblock, maar heb wel weer wat foto's als pleister op de wonden:

http://www.mijnalbum.nl/Album=6MZGWNCK

1: Denham sunset
2: gastoptreden
3: op de schietbaan met ruige John en zijn magnum .375 (doodeng)
4: the pinnacles; rare rotsen
5: een officieel station van de indian pacific spoorlijn (perth-adelaide). Het meis(je) rechts was een enorme Tokkie.

We gaan morgen naar New Zealand: Jeui

fijne hittegolf gewenst.
 
 
20 June 2006 @ 06:56 pm
Omdat de volle week in Coral Bay een eeuw had geleken te duren, neem ik me voor maar vier dagen in Denham te blijven. Het symmetrische hostel is prachtig: een hoofdgebouw gelegen aan de baai met aan de achterkant een binnenplaats met zwembad en vogelkooien omzoomd met kleine appartementen. De Engelse John en Kirstie die de toko runnen, lijken een gelukkig getrouwd stel met een dochtertje, die voortdurend rondjes fietst om de - wettelijk verplichte - omheining van het zwembad, op een stoere knalroze fiets met witte zijwielen en gekleurde slingers. Iedere keer als ze oogcontact met een van de backpackers maakt, is haar openingszin:,,Hey, my name is Mia, what's yours?" waarna ze zonder ook maar een antwoord te verwachten, met een streng gezicht doorfietst.

Ik stop een band in de videorecorder en lach hard om twee afleveringen 'Father Ted'. De deur zwaait open; er komt een jongen met een zeldzaam babygezicht van mijn leeftijd binnen, gevolgd door zijn vriendin met twee barbieroze koffers; een kleine en een grote. Ze gaan 4A binnen; mijn kamer. Wanneer ik een half uur later maar eens nonchalant doe alsof ik wat moet opzoeken in de LP, vallen bij binnenkomst als eerste de twee strategisch geplaatste fotolijstjes op: hem en haar met - zo te zien - zijn familie aan tafel in een tapasbar en haar met zussen of vriendinnen in een pub. ,,Are you alright?" vraagt ze met een serieus gezicht alsof ik een zware bloedneus heb. Dit blijkt Claire's neutrale manier van groeten. Zij en de prachtig zingerig Schots klinkende Frank komen uit Liverpool. Binnen de kortste keren ben ik geadopteerd en volwaardig lid van de familie. 'Take' vinden ze maar moeilijk en daarom heet ik voortaan 'Tucka'. Sterker nog, wanneer we elkaar wat beter hebben leren kennen, drukt Frank zijn genegenheid uit door letterlijk iedere keer als we elkaar tegenkomen heel even stil te staan en vanuit de diepten van zijn keel ,,Tucka Fucka!" te grommen. Ik verzin snel het hiernaast wat teleurstellende 'Spanky Franky'.

,,Are you going to the open mike?" vraagt eigenaar John - die eruit ziet als een uitgerangeerde B-artiest a la Arne Janssen (meisjes met rode haren); riante onderkaak, halflang zorgvuldig gecoiffeerd, dunner wordend, donker haar, ietwat overgewicht en zware tattoos en sieraden. Zijn rechterhand heeft een nutteloos uitziend verband in huidskleur. De gebroken ringvinger blijkt bij navraag het resultaat van een confrontatie met de village idiot een tijdje geleden. Hij wilde niet snel genoeg luisteren, toen John hem dwingend vroeg het hostel te verlaten. John heeft toen zijn massieve vuist in zijn ponum moeten planten, waarna de man -uiteraard- tegen de vlakte ging en Denham werd uitgezet.

Natuurlijk ga ik mee naar de open mike. Heel Denham lijkt uitgerukt voor dit wekelijkse evenement in de kantine van de bowlingclub, gezien het grote aantal auto's op de bijbehorende parkeerplaats. Bij binnenkomst zit een beetje een sneue vrouw van 50 vanuit haar klapper, leunend op een kruk 'Country roads, Take me home' te karaoken. Denham gaat los. Ik neurie mee en neem me voor om niets muzikaals te gaan doen en low profile de avond door te komen. Ik inspecteer het interieur van de kantine aandachtig. Fascinerend is altijd de prijzenkast - ik lees op een van de gelakte plankjes:

Ladies-Gents competition
1999 Gents
2000 Gents
2001 Gents
2002 Gents
2003 Gents
2004 Gents
2005 Gents

Ik amuseer me redelijk met het gezelschap, waaronder wandelend traditioneel rollenpatroon Frank en Claire, waarvan de laatste zich voor de gelegenheid flink heeft verzorgd met een laag ingesneden truitje, hoogopgetrokken rokje en natte krullen. ,,Are you alright?" Inmiddels gewend aan deze begroeting zeg ik routinematig;, Yeah, you?" Claire gaat vanavond ook zingen. Je krijgt korting op de drank als je iets zingt of speelt. Da's altijd een goeie als je een groep Australiers tot de schone kunsten wil verleiden. John heeft zijn zoon Dan uit zijn tweede huwelijk meegenomen, die tijdelijk over is uit Engeland. Ik zie ze samen lachen om het aanwezige gebrek aan talent. John en Dan zullen ze is een poepie laten ruiken. Ze doen een mij onbekende cover. John is zo te horen muzikaal en Dan nog jong. Na een aantal biertjes kan ik het toch niet laten en speel ik wat mee. John vraagt opeens zeer geinteresseerd of ik ook Robin Williams doe. Tuurlijk. U vraagt, wij draaien. In een paar minuten zoek ik de basis van 'Angel'; en hoewel het geen Tjaikovsky is, is John meer dan onder de indruk. Als afsluiting van de avond speel ik dus dat nummer en zingt iedereen mee, met John als dirrigent.,,Y're not leavin'" zegt John na afloop. I've got a f* keyboard I've never played on; y're gonna teach me. You're not leavin'." Met gratis verblijf en een gastoptreden op het politiebal weet hij mij te strikken. En natuurlijk met de opmerking dat 'Angel' het laatste lied is dat hij voor zijn vader heeft gezongen toen die dood ging.
Iedereen gaat met de auto naar huis.
 
 
14 June 2006 @ 12:22 pm
Hee lui,

ik heb op veler verzoek wat foto's op dat internationale netwerk gekregen:
http://www.mijnalbum.nl/Album=B4GZSZHR

uitleg:
foto 1: mijn tweede poging hostel in Adelaide
foto 2: Mijn busmaten naar Darwin; met Apeldoornse Els!! (roze couture)
foto 3: prop uit de film Pitch Black in het knotsgekke plaatsje Cooper Pedy
foto 4: Uluru
foto 5: Ze wonderfoel Johnny-gids
foto 6: leuk'n groepsfoto met mij als stralend middenpunt
foto 7: Ik en Lynsdey op legendarische kameeltrip
foto 8: ahh, natuur
9/10 zonnig coral Bay

Ik zit nu in Perth (mooi!) en al weer te broeden op mijn nieuwe verhaaltje, dus check 'm regelmatig die blog van Take Away!
 
 
03 June 2006 @ 05:11 pm
Ik ben samen met de Engelse Ken en Emma de enige passagiers die vanuit Broome naar het koude zuiden afreizen met de firma 'Easy Rider'; een tourmaatschappij waarbij je zelf kan bepalen waar je er op en af springt. Onze easy rider heet Michael, een jongen waaraan je op de een of andere manier kan zien dat hij geen zussen heeft en de jongste is van een groot gezin. Er zijn twee overnachtingen voor we zullen aankomen in zonnig Coral Bay. nacht 1: working! pardoo cattlestation - het is blijkbaar bijzonder dat een cattlestation nog functioneert. Was dit niet het geval geweest, dan was deze overigens a la minute 'historisch' geworden, want zo geet dat in Australie, het land met een gebrek aan verleden - voor de witte bewoners althans. nacht 2: Auski road house; een tacky camping achter een benzinestation, waar veel aboriginals uit de omgeving hun happie naar binnen schuiven onder TL-licht en tussen ruitensproei en lollige stickers, die een benzinestation altijd extra treurig maken: "Ik rem wel voor dieren maar niet voor Martin Gaus."

Coral Bay: Het snorkelmekka van het westen. Wanneer we de enige, 800 meter lange, straat van het stadje inrijden, schuiven er een aantal baldadige wolken voor de zon. Coral bay blijkt desondanks een onontdekt paradijs, waar je in Europa vergeefs naar zult zoeken. Het zijn dan ook voornamelijk een handvol Australiers zelf die hier met hun aerodynamische sleurhutten naar toe komen, naast natuurlijk een hele berg backpackers, die in de 'Ningaloo club' worden verwacht. Ik besluit te wachten tot beter weer, voor ik een tour boek, ik heb immers (Tim) een hele week.

Wanneer ik nog maar net neer ben gestreken op een van de ligstoelen aan de rand van het zwembad, met mijn uitstekende Catch-22 pocket, ruik ik zo'n onversneden wind dat ik bijna dreig te kapseizen. Rechts van mij ligt een meis (diminutief is niet op zijn plaats), die een goed alternatief biedt aan diegenen die de $300 kostende whaleshark-tour niet kunnen betalen, maar toch met iets groots willen snorkelen. 'Excuse you?!', ben ik van plan te fluisteren, maar de plaatsvervangende schaamte is te groot. Ze had duidelijk gehoopt dat een klein scheetje in de frisse buitenlucht niet naar haar terug te traceren zou zijn en maar een bescheiden bijdrage aan de klimaatsverandering zou betekenen. Wanneer ik de volgende morgen richting douches loop hoor ik een gitaar en een ongeschoolde vrouwenstem 'bye bye american pie' huilen; en ja, het is natuurlijk onze windy. Ik overweeg vanaf de balustrade 'Listen to your farth' van Closette aan te vragen en loop tevreden met mijn vondst door naar de douches, waar wordt gewaarschuwd voor de mogelijkheid van het opraken van het koude (!) water. Ik hoor later van de receptiejuffrouw dat er hele dorpen zijn die geen CV installatie hebben die opwarmt, maar afkoelt. Rare jongens, die Australiers.

Wanneer er op maandag - ik kwam aan op vrijdag - nog geen beter weer op komst lijkt, besluit ik toch maar de tours te boeken. Dezelfde receptiejuffrouw vertelt me dat het maar 12 dagen per jaar bewolkt en regenachtig is. Bof ik even, dat ik hier ben om zeven dagen daarvan mee te maken. Uiteindelijk doe ik een 'Manta Ray tour' en een 'Glass Bottom Boat tour'. Het koraal is een beetje grauw van kleur, door het hoge kalkgehalte in het water, maar de vissen en met name de Manta Ray - geen muzikale neger in een sportieve opel, maar een soort rog met vleugels, zijn indrukwekkend. Uiteindelijk is mijn stay in Coral Bay dus toch een succes, helemaal wanneer ik wegrijd in de banaangele EasyRiderbus richting Denham en de zon ironisch doorbreekt.
 
 
22 May 2006 @ 12:46 pm
Er wordt trouwens aan de foto's gewerkt hoo luitjens. Maar ik moet de CD eerst vol hebben. Fair Dinkum!
 
 
22 May 2006 @ 11:55 am
'Johnny' heet onze nieuwe gids op het traject Alice Springs-Darwin. Na de twee teleurstellende gidsen Arnie (te jong) en Spinner (te oenig) lijkt het scheepsrecht. Johnny heeft korte roodblonde krullen en zoveel tanden dat zijn mond in neutrale stand niet dicht kan. Hij doet het meest denken aan een konijn uit een strip van Toon van Driel. Maar (of is het dus?) Johnny heeft geraffineerde droge humor en zelfspot. Wanneer bij het optrekken de bus wel eens afslaat, blijft het precies lang genoeg stil totdat Johnny door de microfoon mompelt: "that's embarrassing". We love dus Johnny.

De 14 daagse tour bestaat eigenlijk uit 1 grote en twee kleine tours. De laatste tour naar Kakadu National Park worden we gepamperd door Brett, een 25-jarige jongen met spijtige tatoos, een charmant spleetje tussen zijn tanden, lange sprinkhaanbenen en een bescheiden geest. Kakadu is eigenlijk Center Parcs, maar dan echt. wandelen-waterval, wandelen-waterval, wandelen-waterval. Hoogtepunt is de krokodillentour, waarbij de arme snie sna snappies worden getergd met te hoog hangend eten, waardoor ze bijna helemaal uit het water moeten komen. Ik wil ze eigenlijk helpen door gerookte Apeldoornse Els door het raam te drukken, maar de gedachte dat Chris, mijn net tot beste reisvriendin gedoopte partner, daar een beetje misselijk van zou kunnen worden weerhoudt me. Bovendien is Els natuurlijk niet meer zo vers. De roofvogels die stukken vlees in de lucht opvangen en opeten zijn misschien wel spectaculairder dan de croqs.

Na een paar nachten in Darwin te hebben verbleven, zit ik inmiddels in Broome; Het Zonnedael van de Westkust. Als je hier niet kunt relaxen ben je volgens de Lonely Planet 'toe aan therapie'. 'Ergens waar je heel goed kunt relaxen' is natuurlijk eigenlijk een eufemisme voor uberduf. Broome is begonnen als parelvissersplaatsje (aaaah zoals Volendam!?) en is inmiddels naar vis stinkend rijk. Broome had ook een alternatieve filmlocatie voor the Stepford Wifes kunnen zijn.
Samen met de pittige, ontspannen in publiek boerende, Californische, wijnboeren gestudeerd hebbende Lyndsey plan ik mijn kameeltour tijdens sunset. Voor $ 40 wordt je opgehaald op het strand om vanaf de rug van die grote rare paarden naar de zonsondergang te kijken. Het is geen liefde op het eerste gezicht; Wanneer Lyndsey en ik worden voorgesteld aan Casper, maakt hij een geluid waaruit ik op kan maken dat hij het allemaal niet zo nodig vindt. Lyndsey zegt dat het op het geluid van Whooky (?)lijkt, je weet wel die harige harrie uit Star Wars. Ik ben het daarmee eens. Wanneer Casper opstaat worden we bijna gelanceerd. Casper lief, ja, Casper ook braaf. Wanneer ons schip van de woestijn werkelijk nogal hobbelig gaat varen en bovendien voortdurend links en rechts van de karavaan loopt, vertelt de begeleider dat Casper altijd achteraan loopt. Casper is namelijk een beetje schrikkerig en hij wil alles goed kunnen overzien. "It took us a long time to find it out", zegt de Hans Teeuwen gelijkende gids. De tocht over het strand is prachtig, maar de knaller blijkt de tocht door de schemerige duinen. Terwijl de andere kamelen hun passagiers wel eens mee trekken de bosjes in om een lekkere stengel te scoren, blijft Casper keurig in de pas. Als ik niet zo nuchter van aard was geweest, had ik het magisch of zelfs spiritueel genoemd. Wanneer ik afstap is de Kameel mijn favoriete dier geworden.
 
 
07 May 2006 @ 05:27 pm
foto  
voor genadeloze foto kijk op:

http://www.mijnalbum.nl/Album=DRQNAK8A

onderaan de kleine foto's rechts.
 
 
07 May 2006 @ 05:15 pm
Geachte lezers,

De afgelopen week ben ik volledig van de beschaafde wereld afgesloten gewesen geworden. Vandaar mijn schrale postgedrag. Inmiddels ben ik halverwege zuid-noord trip in Alice Springs, waar we een break van twee dagen hebben; vrij spelen. Ach, de georganiseerde reis. Hoe ging dat nou ook alweer? Je heist je in een bus, samen met twintig andere Europeanen, om in 14 dagen van zuid naar noord te worden gejaagd, iets te vaak luisterend naar uitweidingen van medepassagiers als de Apeldoornse - doorrookte - Els, van het kaliber "soms is het koud, maar dan weer te warm voor een fleece trui" of "mijn man wil nooit mee; maar daar trek ik me nu niets meer van aan". Dan droom ik van Drionpillen en diepe Australische ravijnen met hun eindeloze echoos. Groepsdynamica. 8 engels, 6 duits, 5 nederlands, 1 iers, 1 finse (glutenvrij) en een gids. Leeftijd en levensbeschouwingen lopen sterk uiteen, drie mannen mois inclu: een eenheid is het niet maar wel interessant.

De route is alles en meer wat de folder belooft. De eerste avond slapen we in een dorp Panachuta, of zoiets, waar het befaamde Prairiehotel staat. In ze middel of absoluut nakkus staat achter de bar queen of the dessert 'Grand'. Zijn veertigjarige ogen lichten op als ik binnen stap. Binnen een kwartier weet ik dat zijn schoenen Italiaans zijn, net als zijn wijduitlopende, rafelige spijkerbroek. "I speak fluently Italian". De paringsdans is begonnen en Grand toont zijn verenpak. Kit en Irene, een gepensioneerd Engels stel wandelen binnen en giechelen dat ik als enige jongen met al die meisjes in een dorm mag slapen. Ik ben niet van plan om uit te leggen dat er eigenlijk niet zoveel te giechelen valt en dat de meiden veilig zullen zijn. Ik zeg dat het niet helemaal mijn types zijn omdat er zoveel gegiecheld wordt. Grand lijkt met zijn hele hele gezicht te knipogen terwijl hij zegt:"You're not interested in a relationship, you just want to enjoy your holiday". Inderdaad Grand, inderdaad. Door te beloven dat ik nog eens terugkom krijg ik permissie om te douchen en alleen naar bed te gaan.

Bij aankomst in Alice Springs eten we in de Melanka Party bar. Voor 7,50 eet ik een kangeroe-steak. Naast de Melanka bar zit een soort kangeroecentrum pieterburen, hoor ik van de Spinner de gids, waar baby kangeroes worden gered na een fataal ongeluk van moeder. Ik zie mijn steak in een ander licht. Koud de steak achter de kiezen, of er start een geoliede partymachine, die als enige doel lijkt te hebben, in een rap tempo alle natuurlijke schaamte bij intermenselijk contact grondig uit de weg te ruimen. Binnen een half is er door de Duitse Meike een ijskoude citroen door mijn ene broekspijp naar de andere gemanouvreerd, beeld ik Ayers Rock uit door dezelfde Meike op handen en voeten op haar achterste te slaan, druk ik armpje met de een stratenmaker van een andere groep en sta ik zelfs uiteindelijk in mijn lichtblauwe onderbroek op het podium. Ik zoek vergetelheid in de talloze plastic kannen bier en droom weer van Drionpillen en lange echoos.
 
 
29 April 2006 @ 10:12 am
Ja Ja,

nu gebeurt er eindelijk wat! Ik ben dus zoals de trouwe lezer heeft onthouden, aan het begin van de week naar Canberra geweest. Samen met John, Fergell en Steve op 1 kamer geslapen. Jullie mogen sms-sen welke van de twee het meest snurkten. Maar dat geeft niet, ik lag toch nog in opbaar-positie in bed ziek te wezen. Ik weet niet wat mijn lijf dwarszit, maar het is duidelijk dat ie pissig is. Want na de koorts werd ik doof om vervolgens ook nog een soort ontstoken oog op te doen. Ik verander gewoon langzaam in de hunchback van de westerkerk.

Het Nationaal museum in Canberra is een pracht van een gebouw op een pracht van een locatie. De lonely planet (LP in het vervolg) sprak over een 'controversiele tentoonstelling' die nationale identiteit kritisch naderde. Zo controversieel was ie volgens mij niet (meer), maar dat kan ook komen omdat er net een directeurswissel heeft plaatsgevonden: Een aboriginal vrouw is opgevolgd door een Australische meneer. Tja, zo geet dat heur. Verder heb ik - met helm; mij staat ook alles - een fietstocht gemaakt door mooi Canberra. Ik hoop dat ik jullie hiervan nog een foto kan uploaden.
Terug in Sydney heb ik de laatste voorbereidingen getroffen voor vertrek, en de laatste avond nog even staan housen in de plaatselijke reguliersdwars: oxfordstreet. Hoogtepunt van de avond was een travestiet die de grootmoeder van Dame Edna had kunnen zijn, die tegen Rich - een volgens eigen zeggen bisexuele (oh ja, die fase) vriend uit de states -zegt dat hij er zo gewoontjes uit ziet.

De dag van mijn vertrek regelde ik de laatste dingetjes met mijn travel agency assistent miss Phillipa Webb, een vrij massieve, kordate dame met uitgroei en humor. Ik vloog om 5:20 met Virgin blue, van die veel te rijke eikel (reikel) richard branson (expres zonder hoofdletter). Na afscheid van Mark en weer een stuk cheesecake te hebben genomen, stapte ik in de trein om ruim op tijd in te checken, voor binnelandse vluchten is dat een uur van tevoren. De gecoifeerde juffrouw in het pijnlijk rode pakje zuchtte dat mijn vlucht om 4:20 was vertrokken. ndus geef niks. Met wat bijbetalen kon ik twee uur later nog mee. Die vlucht was een half uur vertraagd; geef niks. In de hagelnieuwe aankomsthal van Adelaide wacht ik tot werkelijk iedereen in een taxi is gestapt (geef niks), om vervolgens een AOW gerechtigde de hoek om te zien zeilen met een middelgrote bus met schattig want niet bijpassend aanhangertje. Hij (de Skybus) was wat later omdat het benzinestation om de hoek vandaag 5 ct de liter goedkoper verkocht. Als enige passagier bracht hij mij naar Annie's PLace, ja dat kent ie wel. Hij had duidelijk geen haast, terwijl hij toch niet meer heel lang had te gaan, als ik dat zo inschatte (lichaamsgewicht maal lengte maal leeftijd). We babbelden vrolijk over de nationale auto (de Holden), kernproeven door de Engelsen in de outback en flitspalen.

Annie's Place was dicht. Er brandde licht, maar verder was er niemand; laat staan Annie. Na de nummers op de deur te hebben gebeld, die een ruisend antwoordapparaat lieten horen, leek mijn maag vol te lopen met een cocktail van lichte paniek, hopeloosheid en een vleugje eenzaamheid. Ik kom uiteindelijk toch binnen met een pigmentloze scandinavische. Daar hoor ik al wat Nederlands. Zij hadden nog wel een bed, waarschijnlijk. Dit beviel me helemaal niet. Er is een jongen die wel erg graag wil helpen. Hij blijkt niet helemaal honderd. Hij heeft een nieuwe telefoon. Hij heeft zijn reis goed voorbereid, want hij heeft nummers van andere hostels. Ik kijk naar een van zijn afgebroken voortanden. Ik krijg een biertje.
Een lactose intolerante roept dat er een taxi is, ik vlucht weg van zijn verhaal over een vader die hij net voor het eerst heeft ontmoet, terwijl hij zijn verhaal vrolijk begeleidde met onverholen gekrab aan zijn kruis.

Het stripfiguur in de taxi bracht me naar backpackers inn. Daar was plek. De schoonmaker/vaste gast toont me de facililiteiten. Geen heritage-building zoals Annie's maar wel schoon, rustig; prima. Vandaag ga ik op zoek naar de dutch community center daar het vandaag koninginnedag ist. Ik kan ook wel wat troost gebruiken. Leve de Koningin.
 
 
24 April 2006 @ 03:37 pm
sorrie dat er weinig gebeurt; ik was vandaag heel griepig. Ik vanmorgen (maandag) van plan om met de express bus naar Canberra te gaan en daar een nachtje te blijven. Dat is nu dus een dag verschoven wegens algehele malaise.
Canberra is de hoofdstad van Australie, waar morgen (dinsdag) een soort narionale dodenherdenking 'ANZAC day' wordt gehouden. Dit is natuurlijk nationale identiteit en chauvinisme op volle sterkte - zonder prins bernard - vandaar dat ik er toch naar toe wil. Het weer begint een beetje op nederland te lijken, dus tijd om vrijdag aan mijn grand tour te beginnen door naar Adelaide te vliegen (niet te verwarren met mijn goede Franse vriendin in Nederland).

daag skatjes.
 
 
20 April 2006 @ 12:55 pm
Nou dan zie hier de beloofde update. Ik ben nu dus al weer een week in Sydney, sinds lang celibaat herenigt met de schnubel. We hebben even opnieuw op elkaar af moeten stemmen, maar dat is wel begrijpelijk en te verwachten geweest. We hebben een modus operandi gevonden, Mark vindt dit een beetje te klinisch klinken en ik eigenlijk ook; we hebben het heel knus met z'n beidjes (beter?!). Ik geniet erg van Sydney; het is een joekel van een metropool, met een min of meer vergelijkbare 'vibe' als Berlijn. Waarschijnlijk door de jonge mensen en het feit dat het allemaal nog niet heel oud is. De mensen zijn informeel en jezelf groter maken dan je bent is meteen prettig verdacht.
We hebben veel door het centrum gelopen en zijn (zie foto's) naar de blue mountains geweest voor een flinke wandeling/klim. Omdat ik niet alleen hier ben voor pleasure maar ook voor work (thesis/scriptie) let ik vooral op de manier waarop de aboriginal cultuur wordt ingezet in de heritage-touristenindustrie. Ik heb wat dit betreft al veel tips gekregen van de attente en aardige huisgenoten van Mark. Leuk zo'n buitenlandse studentensfeertje. Pik je dan toch mooi effe mee.
Vandaag (donderdag) heb ik de rest van mijn verblijf in Australie geregeld bij het reisbureau: Vliegen naar Adelaide, dan een guided tour naar Darwin, dan weer vliegen naar Broome, dan oz-experience naar Perth, tenslotte een toppie drie dagen durende treinreis terug naar Adelaide om Mark in Melbourn weer te treffen. Dan natuurlijk nog effekes NZ en San F en LA. Never a dull moment...Dan is oma's oude sok trouwens ook wel op.

Take Livingstone
(met dank aan Robinson logdesign voor het strak gestylde, consequent doorgevoerde thema)
 
 
19 April 2006 @ 05:51 pm

Allereerst een paar foto's:











Toelichting volgt later :)

 
 
Current Mood: crazycrazy
 
 
17 April 2006 @ 06:58 am
hallootjes